Getuigenis Nathan


Getuigenis Nathan de Boer

Hoi! Ik ben Nathan, 19 jaar en ik woon in Wormer. Ik zit in het tweede jaar van mijn studie Fiscale Economie op de Universiteit van Amsterdam en daarnaast houd ik van zingen en creatief bezig zijn en ga ik graag naar de kerk. Ik woon nog bij mijn ouders, samen met mijn tweelingbroer en mijn zusje van 18. Ik ben Christelijk opgevoed en heb dus altijd de verhalen uit de Bijbel gehoord. Ik vond ze ook best interessant. Ik zat in die tijd (tot ik ongeveer 12 jaar was) in een gereformeerde kerk in mijn woonplaats. Daarnaast ging ik naar een Christelijke basisschool in Zaandam. Ik ken veel mensen die niet terug willen naar hun basisschool, maar dat gevoel heb ik niet. Ik had echt de beste tijd op deze basisschool. Ik leerde er veel over de Bijbel en we zongen veel Christelijke liedjes. Samen met de vrienden en de leraren was het echt leuk! Zo begon mijn geloof in Jezus. Ik zal jullie over een aantal momenten/periodes uit mijn leven vertellen, die een enorme impact op mijn geloof hebben gehad en mijn relatie met Jezus!

In groep 5 had ik een juf die naar de Levend Evangelie Gemeente (LEG) in Aalsmeer ging. Deze gemeente ging toen ieder jaar met een groep kinderen en tieners op zendingsreis naar Roemenië en mijn juf vroeg aan onze klas wie er mee wilde. Ik kan me nog goed herinneren dat ze dit vroeg en dat ik en mijn broer meteen dachten dat dat echt cool zou zijn! Misschien stiekem ook/vooral omdat we nog nooit op vakantie naar het buitenland waren gegaan ;). Dus wij hebben ons hiervoor opgegeven en zijn in 2009 voor de eerste keer op zendingsreis geweest. Zonder familie en met een hele groep tieners en een aantal begeleiders zijn we in busjes naar Roemenië gereden. We bleven daar twee weken. In de eerste week organiseerden we een kamp voor Roemeense zigeunerkinderen en in de tweede week gingen we naar de zigeunerwijken toe. Tijdens het kamp hebben we voornamelijk veel spellen met de kinderen gedaan en hadden we elke dag drie diensten voor ze. Hierin hielpen we zelf ook met bijvoorbeeld toneelstukjes. De tweede week was misschien wel nog bijzonderder dan de eerste, want daarin gingen we de straat op in de wijken waar veel armoede heerst. Voordat we de straat op gingen deden we altijd de wapenrusting van God aan (met behulp van het bekende liedje) en werd er gebeden dat we een geestelijk oog mochten hebben. Dit houdt in dat de Heilige Geest je helpt om in de geestelijke wereld te kijken. Dit klinkt misschien een beetje apart, maar het is echt waar. Ik weet nog dat we langs een aantal honden achter een hek liepen en dat ze heel hard naar ons gingen blaffen. Toen ik naar ze keek, zag ik dat er demonen in de honden sprongen, waardoor ze zo agressief naar ons werden. Mijn broer was weg met een andere groep en hij heeft engelen boven op een berg gezien die stenen naar beneden rolden waar demonen waren. Deze demonen werden dus letterlijk verplettert. Vanaf dat moment werd de geestelijke wereld veel duidelijker voor me. Het waren niet zomaar verhaaltjes meer, maar realiteit! We hebben ook veel gebeden voor mensen. Ik heb toen gebeden voor een baby met een ontstoken oog. Nadat ik had gebeden, zag ik de ontsteking recht voor mijn ogen verdwijnen! Hoe ongelooflijk is dat! Ik kwam thuis en ik wist volgens mij meteen dat ik het volgende jaar weer heen wilde. En dat deed ik. Weer twee weken vol geweldig werk door en voor God.

“Het waren niet zomaar verhaaltjes meer, maar realiteit!”

Nadat ik thuis kwam, vertelde ik alles aan mijn ouders en ik weet nog goed dat mijn vader zei dat het zo bijzonder was en dat wij nu veel verder in het geloof waren dan zij. Mijn ouders waren opgegroeid in dezelfde gereformeerde kerk en hebben eigenlijk hun hele leven wel geloofd, maar dat was het wel. Tot dat moment. Mijn vader ging veel onderzoek doen naar wat wij hadden gezien en naar de werken van de Heilige Geest, omdat hij daar nog niet veel over wist. Hij is toen helemaal veranderd. Dag en nacht verschil. Hij werd een beetje een studie-nerd daarin, maar ik vond het leuk! Ik heb daarna nog veel van hem mogen leren, waardoor mijn geloof niet stil kwam te staan. Mijn ouders lieten zich eind 2009 dopen, ook al vond de kerk dit eigenlijk niet goed. We kregen te veel meningsverschillen en zijn toen naar een andere kerk gegaan. Er opende een nieuwe kerk in Zaandam: JerehSalem. Deze kerk was zo anders, want iedereen was vrolijk en danste en zong oprecht voor Jezus. Een dienst van twee uur vond ik hier veel minder lang duren dan een dienst van een uur in mijn vorige kerk. Ik voelde me hier thuis en welkom.

Nu kan je misschien denken, nou dat is het hoor… Nathan heeft het zo duidelijk gezien, hij zal nu sowieso volledig leven met en voor God. Nou dat is niet helemaal waar. God had nog een langer proces van groei klaar liggen. Tijdens de terugreis van de tweede zendingsreis, in de bus, kreeg ik ineens enorme heimwee. Niet alleen heimwee, maar ook echte angsten. Ik was bijvoorbeeld zo bang dat er wat met mijn ouders was gebeurd terwijl ik er niet was of dat er met mij iets ergs zou gebeuren als ik ergens heen ging. Ik durfde vanaf toen vrijwel niks meer.

Mijn ouders gingen wel eens naar gebedsavonden of iets dergelijks, waardoor ik vaak alleen was met mijn broer en zus. Een van deze avonden lag ik in mijn bed en werd ik ineens zo bang. Ik weet niet meer waarom, maar ik weet dat het best wel heftig was. Ik belde dus mijn vader op om te vragen of ze daar voor me konden bidden. Hij ging dus met de hele groep voor me bidden en ik ging weer in bed liggen. Vlak nadat ik had gebeld (dus op het moment dat ze voor me gingen bidden) ervoer ik zo’n rust en binnen no time viel ik in slaap!

God gaf me rust, maar de angst was er nog. Ik ging naar de middelbare school en durfde niet meer op excursie met school of op werkweek naar Texel. Daarnaast werd ik heel onzeker. Ik was in die tijd best stevig en was daar erg onzeker over. Dit leidde ertoe dat ik mezelf enorm ging vergelijken met andere jongens. Was ik wel knap genoeg? Was ik wel mannelijk genoeg? Ik heb namelijk vaak gehoord dat ik me best wel als een meisje gedroeg. Dat deed me in die tijd best veel pijn. Zeker wanneer ik het hoorde van mensen die dicht bij me staan.

We gingen met de kerk in 2012 tijdens kerst zingen in de wijk. We gingen dus door de wijk naast de kerk wandelen, terwijl we liedjes zongen voor de Heer. Ik wilde eigenlijk niet mee met mijn ouders, omdat ik gewoon niet durfde, maar mijn broer en zus waren aan het sporten, dus ik zou anders alleen zijn. Ik koos er daarom voor om wel mee te gaan. Eenmaal bij de kerk aangekomen, durfde ik toch echt niet en ik werd enorm misselijk door de angst. Ik vroeg aan mijn ouders of we terug naar huis konden gaan, maar mijn vader had door wat er echt aan de hand was. Hij dwong me, hard gezegd, om mee te gaan. Ik vond het toen heel stom, maar uiteindelijk ben ik hem heel dankbaar daarvoor. Hij haalde een oudste van de kerk en een vrouw, die ervaring had met angsten en veel met me erover sprak, erbij. Ze gingen voor me bidden en ik ervoer zo’n bevrijding van de angst. Ik ben dus meegegaan en uiteindelijk vond ik het zo leuk, dat ik verder wilde toen we gingen stoppen! Ik heb hierna ook besloten om me te laten dopen. Op mijn veertiende ben ik gedoopt. Dit was op 21 april 2013.

Maar de angsten waren nog steeds niet helemaal weg. In de vierde klas moesten we naar Engeland op werkweek en ik dacht dat ik mee zou gaan, maar de nacht ervoor werd ik zo bang dat ik uiteindelijk niet mee ging. Ik schaamde me ervoor, dus ik zei dat ik ziek was. Ondanks dit bleef God wel aan het werk in mij. Ik wist vanaf de eerste klas al dat ik in de vijfde klas op uitwisseling moest naar Venetië (Italië) of naar Sevilla (Spanje). Ik heb echter altijd al gezegd tegen mijn moeder dat ik dat echt niet ging doen, maar God bleef (liefdevol) aandringen. Hij maakte me serieuzer met Hem, tot ik uiteindelijk tegen Hem zei:

“Heer, ik weet dat de angst mij altijd tegen heeft gehouden, maar ik weet ook dat ik niet volledig vertrouw op U als ik er voor kies om niet mee te gaan op uitwisseling… En ik weet dat dat een vette ‘NEE’ tegen U zou zijn en ik er voor altijd spijt van zou hebben.”

Dit was een cruciaal punt in mijn wandel met Jezus… Dus ik besloot om toch mee te gaan naar Venetië, voor het eerst in een vliegtuig en in een compleet onbekend Italiaans gezin, dat vrijwel geen Engels sprak. En ik heb super genoten! Het was zeker spannend, maar niks om bang voor te zijn, want God is er altijd. Dat niet alleen… alles is ook veel leuker met Hem! Ik spreek sindsdien altijd 1 Johannes 4:18 uit als ik weer voel dat de duivel me bang probeert te maken. Ik heb namelijk geleerd dat angst niet van mezelf is, maar dat het een aanval van de duivel is, die allang verslagen is.

“In de liefde is geen plaats voor angst. Integendeel, de volmaakte liefde verdrijft de angst. […] Wie nog angst kent, kent de volmaakte liefde nog niet.”

Dus, waar Jezus is, is geen angst en Jezus woont in mij. Punt. Vanaf dat moment, nadat ik een duidelijke keuze had gemaakt om Jezus te vertouwen, heeft Jezus mij bevrijd van de angst. In de zesde klas ben ik vervolgens naar Frankrijk gegaan met school en ik ben God nog steeds dankbaar dat Hij dit heeft gebruikt om mij te leren om volledig op Hem te vertrouwen en om mijn focus niet meer op mezelf gericht te hebben, maar op Hem. Ik ben perfect, omdat God mij perfect gemaakt heeft (Genesis 1:27, Psalm 139: 14)! Nu mag ik daar steeds meer stappen in maken.

Nadat ik examen had gedaan, kwam Marciano bij ons wonen. Hij was eigenlijk al een aantal stappen verder in het geloof dan ik was, dus ik keek veel naar hem op en heb veel van hem geleerd, maar in deze tijd merkte ik ook dat God veel aan mijn karakter werkte. Ik was bijvoorbeeld vaak jaloers en nog steeds onzeker. Ik vertrouwde ook veel op de hulp van mensen, in plaats van op God. Marciano zag dit en wees hier regelmatig op, wat ik eerst niet heel goed kon hebben, maar uiteindelijk was dit zo’n belangrijke stap in mijn relatie met God. God maakte me bereid om gebruikt te worden door Hem. Ik ben in deze tijd ook steeds meer gaan ontdekken hoe God me wil gebruiken. Ik hield altijd al van zingen, maar ik wist van mezelf dat ik het niet echt goed kon. Ik kan me nog goed herinneren dat ik een keer in de auto zat met mijn moeder en mijn zusje en dat ik voor de grap zei dat ik gevraagd was om te zingen in het muziekteam. Natuurlijk moesten ze toen lachen, maar little did I know dat dit echt zou gebeuren… Ik zei ook een keer tegen een paar vriendinnen van me dat ik heel graag in de jeugdband wilde waar mijn broer toen gitaar in speelde. Ik was wel een beetje piano aan het leren, maar ik zei toen ook dat ik eigenlijk het liefst zou zingen. Ik dacht alleen dat dat toch nooit zou lukken, maar toen zei Marciano even later: “Volgens mij kan je best wel goed zingen, maar je moet de juiste techniek leren”. Ik was natuurlijk super blij om dat te horen, dus ik ben gaan leren zingen met hulp van een paar vrienden. Nu mag ik meezingen met jeugddiensten, gebedsdiensten en aanbiddingavonden en ik geloof dat God nog veel grotere beloftes heeft. Ik heb in de zomervakantie van 2018 zelfs een gebed- en aanbiddingschool gedaan van drie weken met veel internationale studenten. Dit was zo’n toffe tijd waarin God zichzelf heel persoonlijk heeft geopenbaard, nog meer dan Hij eerder heeft gedaan.

Zo ben ik eigenlijk ook bij Brothers in Christ terecht gekomen. Ik wilde de beloftes van God en de manieren waarop Hij me wilt gebruiken aangrijpen. Marciano begon met de stichting met een hart om tieners bij God te brengen en hij had mensen nodig. Ik studeer ondertussen Fiscale Economie en leer dus veel over belastingen en boekhouden, etc. Ik snap het als je dat verder niet interessant vindt, maar het is wel handig om te weten als je penningmeester bent. En zo zie je dat God je zelfs kan gebruiken als je belastingen interessant vindt ;). Nu zit ik in het bestuur en mag ik uitzien naar de grotere plannen die God met ons heeft.

Ik weet dat ik nog een hele weg te gaan heb, maar ik ben God nu al dankbaar voor wat Hij heeft gedaan en nog gaat doen en ik ben in ieder geval heel blij dat Hij mij bij elke misstap weer heeft vergeven en met open armen klaar staat om verder te gaan (2 Korinthe 5:15-21). In deze jaren die ik nu kan zien als een groeiproces (maar toen zeker niet) heb ik vaak gedacht dat ik  in een bodemloze put zat, waar ik niet meer uit zou komen, maar ik zou willen dat ik je persoonlijk duidelijk kon maken hoeveel God van jou houdt. Hij zou dat nooit laten gebeuren. Er is alleen één ding dat je moet doen en dat is ‘ja’ zeggen tegen elke stap die God met je wil zetten. Ook al weet je misschien niet wat de volgende stap is of is het zwaar (Deuteronomium 4:29-31). Er is echter iets wat je wel mag weten. De Vader is de eindbestemming en Jezus is de weg er naartoe (Johannes 14:6)!